zaterdag 12 november 2011

Plaatsen waar je niet wilt zijn

Met dit blogbericht start ik de miniserie 'Plaatsen waar je niet wilt zijn'. De titel van de serie zegt eigenlijk genoeg, want iedereen kan wel een plek bedenken waar hij of zij liever niet is. Of liever niet gezien wordt...

Ergens niet willen zijn, omdat je er niet gezien wilt worden, komt bij mij -en ik denk bij meer autisten- niet zo vaak voor. Als ik iets leuk vind, schaam ik me er namelijk niet voor.
In mijn puberteit was ik fan van een -naar men in de klas vond- erg duffe artiest en daar werd ik mee gepest. In plaats van meteen van idool te veranderen en een wat coolere uit te zoeken, hield ik volhardend stand in mijn fiep, want ik vond dat ik leuk mocht vinden wat ik leuk vond.
Het zorgde er helaas wel voor dat de klas veranderde van een plek waar wat te leren viel in een plek waar ik niet wilde zijn. En liever ook niet meer gezien wilde worden. Aan de andere kant was mijn leergierigheid net zo groot als mijn koppigheid, dus de leerplicht was niet het enige wat me naar school deed bleven gaan.

De fiep voor de artiest -voor wie ik naar rustige theaters kon en niet naar zaaltjes met gillende meiden hoefde- heeft me vriendschappen en aardig wat zelfvertrouwen gekost. Maar het heeft me ook wat opgeleverd, want nu ik de veertig gepasseerd ben, ben ik nog steeds mezelf. Ik heb in de puberteit gelukkig nooit geleerd een ander te worden en daar pluk ik nog steeds de vruchten van.

Als je geleerd hebt om op waardige wijze nergens bij te horen, hoef je geen goudgeld uit te geven aan spullen waardoor het lijkt alsof je toch ergens bij hoort. Ik geef wel goudgeld uit, maar aan de spullen die ík hebben wil. Niet aan spullen waarvan de goegemeente vindt dat ik ze moet hebben om iemand te zijn.

Geld moet iedereen uitgeven, of je nou ergens bij hoort of niet. Veel geld wordt uitgegeven op plaatsen waar mensen liever niet gezien worden, zoals de wallen, het casino of een skihutparty. Er wordt ook veel geld uitgegeven op plaatsen waar autisten liever niet zijn. En laten dat net plaatsen zijn waar neurotypischen juist erg veel plezier aan beleven; de bioscoop, de concerthal, het pretpark, festivals, winkelstraten, markten en braderieën. Ik wil er best gezien worden. Ik wil er ook wel zijn. Maar als ik er geweest ben, heb ik soms spijt dat ik er was: "Het was gezellig, maar nu moet ik een week thuisblijven."

In de onregelmatig te verschijnen afleveringen van de miniserie 'Plaatsen waar je niet wilt zijn' beschrijf ik plekken waar je als autist van moet bijkomen als je er geweest bent. Hoe drukker, hoe prikkelender en dus hoe vermoeiender. Ik hoop inzicht te geven in wat een (drukke) plek met je doet als je overspoeld wordt door autistische waarnemingen. En die zijn verre van paranormaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten